Leesbril maten uitgelegd: wat betekenen de getallen op je montuur?
Ken je dat? Je staat in de drogisterij, pakt een leesbril van het schap, zet ‘m op en... hup, hij glijdt direct van je neus af.
Of hij knelt op je slapen. Vervelend, want een leesbril moet vooral comfortabel zijn. Veel mensen denken dat alleen de sterkte (de dioptrie) telt, maar de maat van de montuur is minstens zo belangrijk.
Een bril kan de juiste sterkte hebben, maar als de pasvorm niet klopt, heb je alsnog geen optimaal zicht. Die vreemde getallen die in de binnenkant van je montuur staan?
Die zijn je geheime code naar de perfecte pasvorm. In dit artikel leg ik je precies uit wat die cijfers betekenen, hoe je ze leest en hoe je de maat kiest die bij jouw gezicht past. Laten we beginnen.
Waar vind je de maten?
Voordat we de cijfers induiken, eerst de locatie. Meestal staan de maten gestanst in het veerbeen (het plastic of metaal aan de zijkant van de bril).
Soms staan ze ook op de neuspads. Je ziet bijna altijd een reeks van drie getallen, bijvoorbeeld: 52 □ 18 – 145. Dat ziet er misschien uit als een willekeurige code, maar elk getal vertelt een specifiek verhaal over hoe de bril op jouw gezicht past.
De drie getallen op een rij
Om het makkelijk te maken, splitsen we de cijfers op. In het voorbeeld hierboven (52 □ 18 – 145) gaat het om:
- De breedte van het glas (52 mm)
- De brugbreedte (18 mm)
- De armlengte (145 mm)
Deze drie maten bepalen samen of de bril breed genoeg is, stabiel op je neus blijft zitten en comfortabel is achter je oren.
Laten we ze stuk voor stuk bekijken.
Getal 1: De breedte van het glas
Het eerste getal geeft de breedte van één glas aan, gemeten vanaf de buitenkant tot aan de neusbrug.
Dit is de horizontale maat van het glas in millimeters. Waarom is dit belangrijk? Deze breedte bepaalt hoe breed het gezichtsveld is dat je door de bril ziet. Is het glas te smal, dan kijk je al snel langs de zijkant heen en moet je je hoofd verdraaien om scherp te zien.
Is het te breed, dan kunnen de glazen te ver naar buiten komen te staan, wat irritant kan zijn als je bijvoorbeeld een bril draagt met een sterke sterkte (waarbij de oogafstand cruciaal is). De meeste volwassenen hebben een glasbreedte tussen de 45 mm en 55 mm.
Gemiddeld ligt dit rond de 50 mm. Heb je een smaller gezicht?
De vierkant (□) in de code
Dan kies je vaak voor een maat onder de 50 mm. Heb je een breder gezicht? Dan zit je al gauw boven de 52 mm.
Je ziet soms een vierkantje of een “box” tussen de getallen staan. Dit is puur een visuele scheiding en geeft aan dat de glasbreedte en de brugbreedte bij elkaar horen. Het is geen aparte maat, maar zorgt ervoor dat je de getallen makkelijk uit elkaar kunt houden.
Getal 2: De brugbreedte
Het tweede getal is de brugbreedte. Dit is de afstand tussen de twee glazen, specifiek daar waar de brug op je neus rust.
Dit getal wordt ook gemeten in millimeters. De brug is letterlijk de verbinder tussen de twee helften van de bril. De maat hiervan bepaalt of de bril stabiel op je neusbrug rust of dat hij te strak staat en op je wangen drukt. Een verkeerde brugbreedte is vaak de boosdoener als een bril blijft zakken. Te strak knelt hij op de neus, te los glijdt hij eraf.
- Smalle brug (16 mm of kleiner): Ideaal voor mensen met een smalle neusbrug of dichter bij elkaar staande ogen.
- Medium brug (17 – 18 mm): De meest voorkomende maat. Past bij de meeste gezichten.
- Brede brug (19 mm en groter): Geschikt voor mensen met een brede neus of een grotere afstand tussen de ogen.
Getal 3: De armlengte (veerlengte)
Het derde getal, vaak gescheiden door een streepje, is de lengte van de armen (of veren). Dit is de totale lengte van het pootje, gemeten vanaf de scharnierpunt bij het glas tot aan het uiteinde achter het oor.
Deze maat is essentieel voor het comfort achter je oren. Te korte armen zorgen voor drukpunten op je slapen, wat hoofdpijn kan veroorzaken. Te lange armen laten de bril wiebelen. Let op: bij leesbrillen is de armlengte vaak korter dan bij een zonnebril, omdat een leesbril meestal iets lager op de neus mag rusten voor de juiste leesafstand.
- Kort (135 – 140 mm): Voor kleine volwassenen of kinderen.
- Medium (140 – 145 mm): Geschikt voor de meeste volwassenen.
- Lang (150 mm en langer): Voor mensen met een groter hoofd of die de bril graag wat verder naar achteren dragen.
De maat van de neuspads (bonus tip)
Hoewel dit niet altijd in de standaardcode staat, is de breedte van de neuspads ook een maat om in de gaten te houden, vooral bij metalen monturen.
Deze staan vaak aangegeven als een apart getal, bijvoorbeeld 17/14. Dit betekent: de totale brugbreedte is 17 mm, maar de afstand tussen de twee neuspads (waar ze daadwerkelijk op je neus drukken) is 14 mm.
Waarom? Een smalle neuspad zorgt dat de bril strakker op de neus blijft zitten. Bij zachte siliconen pads is de maat vaak minder kritisch omdat ze meeveren, maar bij harde pads is de afmeting cruciaal voor de stabiliteit.
Hoe kies je de juiste maat? De vuistregels
Nu je weet wat de getallen betekenen, hoe kies je de juiste?
Je kunt natuurlijk een opticien bezoeken, maar als je online shopt bij sites als Bol.com, Coolblue of een drogisterij, moet je het zelf kunnen inschatten. Hier zijn drie stappen:
1. Ken je huidige bril
De makkelijkste manier is om je huidige (goed zittende) bril te pakken en de getallen af te lezen. Is die bril comfortabel? Zoek dan een montuur met vergelijkbare cijfers. Heb je geen bril bij de hand? Gebruik een flexibel meetlint (of een touwtje dat je later straight meet).
Leg het lint horizontaal over je gezicht, net boven de wenkbrauwen en net onder de ogen, om de totale breedte van je gezicht te meten.
2. Gebruik een meetlint
Trek hier ongeveer 6 tot 10 mm vanaf voor de randen van de bril. Kom je uit op 130 mm totaal? Dan is een glasbreedte van 50 mm en een brug van 18 mm (totaal 118 mm) een goede start.
Kijk goed naar je neus. Heb je een smalle of platte neusbrug?
3. Let op de neusbrug
Dan heb je vaak een kleinere brugbreedte nodig (16 mm of minder) of een montuur met verstelbare neuspads.
Heb je een hoge, smalle neus? Dan kan een bredere brug (18-19 mm) fijner zijn.
De invloed van materiaal op maat
De maat is een getal, maar het materiaal bepaalt hoe dat getal aanvoelt.
- Plastic (Acetaat): Stugger materiaal. Als je tussen twee maten twijfelt, kies dan de iets bredere optie bij plastic, want het veert minder mee.
- Metaal (Titanium, Roestvrijstaal): Vaak lichter en flexibeler. Titanium armen kun je vaak iets meer buigen zonder dat ze breken, wat handig is bij een afwijkende hoofdmaat.
- TR90 (Flexibel kunststof): Dit materiaal is heel soepel. Een montuur van TR90 past zich vaak beter aan je gezicht aan, waardoor de exacte maat iets minder kritisch is dan bij een stijf montuur.
Veel voorkende problemen oplossen
Als je de getallen begrijpt, kun je veel irritatie voorkomen. De bril glijdt? Je brugbreedte is te groot of je neuspads zijn te glad. Kies een kleinere brugmaat of een montuur met een hogere neusbrug. Drukt achter de oren? De armlengte is te kort. Zoek een maat met 5 mm extra lengte. Vervormd zicht? De glasbreedte is te smal, waardoor je oog te dicht bij de rand van het glas zit. Kies een breder glas (bijvoorbeeld van 48 mm naar 52 mm).
Conclusie: Lezen maar!
Die getallen op je leesbril zijn geen raadsel meer. Ze zijn een handleiding voor comfort.
Het eerste getal (glasbreedte) zorgt voor een helder gezichtsveld, het tweede (brugbreedte) zorgt voor stabiliteit op je neus en het derde (armlengte) zorgt voor comfort achter je oren. De volgende keer dat je een leesbril koopt, of het nu bij de Kruidvat is of bij een dure opticien, draai de bril eens om en kijk naar die cijfers.
Ze vertellen je precies of de bril bij jouw lichaam past. Een goede pasvorm zorgt ervoor dat je de bril langer draagt en minder snel hoofdpijn krijgt. En dat is precies wat je wilt: zorgeloos genieten van een goed boek.
